Image Alt Text

Waarom een toolkit rond sociaal ondernemen in de klas? 

Onderwijs heeft de kracht en de opdracht om kinderen te laten ontwikkelen tot actieve burgers. Als kinderen op jonge leeftijd kunnen ervaren dat hun stem er effectief toe doet en hoe ze voor een positieve verandering kunnen zorgen, is dat een belangrijke levensles. Die is broodnodig om slim te kunnen nadenken over de toekomst en zo te komen tot een samenleving waar er genoeg is voor altijd en voor iedereen.  

Kinderen kunnen en willen bijdragen aan een betere wereld. Als we hen erkennen als serieuze deelnemers aan maatschappelijke verandering, investeren we in een duurzame, inclusieve en rechtvaardige toekomst. Deze toolkit voor onderwijs in sociaal ondernemerschap reikt werkvormen aan die kinderen leren zelf sociaal ondernemend te zijn. Dit draagt bij tot een democratische samenleving waarin burgers gemeenschappelijke uitdagingen kunnen en willen aanpakken.  

Wat is sociaal ondernemen in de klas? 

Tijdens sociaal ondernemen in de klas leren kinderen hoe je initiatief neemt, waarde creëert en een verschil maakt als actieve burger. Hun eigen ideeën en initiatieven staan daarbij centraal. Zo kunnen ze bijvoorbeeld buurtactiviteiten organiseren om buurtbewoners meer met elkaar te verbinden. Of tassen van oude kleding maken met daarop een boodschap om minder fast fashion te kopen. Zo dragen de kinderen op een creatieve en ondernemende manier bij aan een duurzamere wereld (zie duurzame ontwikkelingsdoelen of Sustainable Development Goals van the United Nations).

Wat zijn de componenten van sociaal ondernemen in de klas? 

Bij sociaal ondernemen in de klas doorlopen de kinderen een aantal componenten tijdens het proces.  

Model sociaal ondernemen

Van der Wal-Maris, S. (2019). In verbinding: Onderwijs met het oog op de toekomst. (Lectorale rede). Marnix Academie, Utrecht.

In verbinding staan

Het hart

Het hart symboliseert het in verbinding staan met jezelf, de ander en de wereld. Het ontwikkelen van compassie, empathie en zorgzaamheid, om van daaruit een probleem of uitdaging te verkennen.  

Sommige kinderen in de klas hebben een voedselallergie. Tijdens buitenschoolse activiteiten met de klas brengen deze kinderen vaak zelf een lunch mee of vinden ze niet altijd een passend tussendoortje.    

In verbinding staan

De uitroeptekens

Het uitroepteken staat voor kansen zien. Als er iets is waar je graag verandering in brengt, welke kansen om bij te dragen zie je dan?  

De kinderen lezen informatie over voedselallergie en vervangproducten.Ze merken dat een alternatief aanbod in supermarkten en restaurants er wel is, maar dat pretparken en andere openbare verkopers hier nog in achter blijven.

In verbinding staan

De lamp

De lamp symboliseert het genereren van ideeën. Je stelt jezelf de vraag: Welke mogelijkheden zie ik, welke ideeën heb ik om een verandering teweeg te brengen?  

De kinderen bedenken manieren om mensen te informeren en om alternatieven bekender te maken zodat ook kinderen met een voedselallergie fijn mee kunnen genieten. 

In verbinding staan

Het aandraaien van de lamp

Het aandraaien van de lamp staat voor: Wat zal ik doen? Welk idee kies ik? Het gekozen idee wordt omgezet in actie, vaak samen met anderen.  

Ze ontwerpen een boekje met 5 eenvoudige alternatieven (kant-en-klaar of met een kort recept) voor 3 verschillende voedselallergieën. Ze versturen het boekje naar alle pretparken van het land.

In verbinding staan

De plus

De plus symboliseert wat je hebt toegevoegd, als de actie is uitgevoerd: de waarde die je creëert. Je hebt iets ondernomen met de bedoeling een positieve bijdrage te leveren aan duurzaam samenleven.  

Door het verspreiden van het boekje met voedingsalternatieven werken de kinderen aan een inclusievere samenleving waarbij ze rekening leren houden met anderen. 

In verbinding staan

De pijlen

De pijlen staan voor reflectie tijdens en na afloop van het proces. Ben je tevreden, wil je een uitwerking aanpassen? Wil je opschalen/je actie breed delen om zo de impact te vergroten? Zal je een ander idee uitwerken? En wat leert sociaal ondernemen je over jezelf, de ander, de wereld?  

  • Wat we gemaakt hebben, is echt bruikbaar. We zijn tevreden over het resultaat en kregen positieve feedback van verschillende pretparken.
  • Er zijn nog meer allergieën dan degene die wij nu bekeken hebben. We zouden het boekje nog kunnen uitbreiden. 
  • Ook vegetarische en veganistische ideeën kunnen toegevoegd worden, die hebben ook een positief effect op de klimaatverstoring. 

Welke competenties ontwikkelen kinderen door sociaal ondernemen in de klas? 

 Tijdens het leren sociaal te ondernemen worden verschillende competenties ontwikkeld. De competenties die centraal staan zijn de volgende: compassie, empathie en zorgzaamheid; duurzaam denken; samenwerken en communiceren; leiderschap; ondernemen; kritisch en systemisch denken en waarderen; creativiteit; leren en reflecteren. 

Hoe sluit sociaal ondernemen in de klas aan bij de doelen voor het basisonderwijs? 

Burgerschapsonderwijs en maatschappelijke betrokkenheid zijn expliciet opgenomen in de Nederlandse kerndoelen (SLO) en de Belgische minimumdoelen (Vlaamse overheid - visieteksten). Met onderwijs in sociaal ondernemerschap werk je effectief aan te behalen doelen in persoonsvorming en levensvaardigheden, terwijl leerlingen een verschil kunnen maken in het echte leven. 

Gekoppelde minimumdoelen BE

Attitudes – verantwoordelijkheid opnemen om tot optimaal leren te komen
Wetenschap & techniek – ontwerpend leren

Aanvullende leerplandoelen GO! - Burgerschap - sociaal bewogen burgerschap

Gekoppelde kerndoelen NL

Kerndoelen Burgerschap SLO
Kerndoelen Mens & Natuur SLO
Kerndoelen Mens & Maatschappij SLO

Daarnaast is sociaal ondernemen in de klas ook ingebed in andere onderwijsinhouden. Afhankelijk van de keuze in de uitdaging die de leerlingen aanpakken, kan je als leraar zelf andere linken leggen naar specifieke leerinhouden binnen de kerndoelen (NL) / minimumdoelen (BE).

Hoe werk je met sociaal ondernemen in de klas aan een krachtige leeromgeving?


Leren door doen’ staat centraal volgens de componenten van het model sociaal ondernemen.
Kinderen participeren in de omringende wereld met ruimte om deze te exploreren.
Kinderen zijn eigenaar van het proces; de leraar faciliteert, begeleidt en geeft feedback.
Kinderen ervaren conflicterende behoeften, wat hen uitdaagt tot perspectiefwisseling.
Er is ontmoeting en dialoog met elkaar en met anderen betrokken bij duurzaamheidsuitdagingen.
Korte cycli van ‘handelen-feedback-reflectie’ volgen elkaar op.
Sociaal ondernemen wordt ingebed in andere onderwijsinhouden.
Ingebed in whole school approach: cultuur van compassie, empathie, zorgzaamheid en ondernemen.