sociaal ondernemen FAQ

FAQ

Waarom is sociaal ondernemen in de klas nodig?

Sociaal ondernemen in de klas leert kinderen hoe ze zelf actief maatschappelijk betrokken kunnen zijn. Het is belangrijk dat iedereen op school (directie, leraren, ouders en leerlingen) begrijpt wat de relevantie en de logica van onderwijs in sociaal ondernemerschap is zodat de aanpak als zinvol wordt ervaren.  Lees hier meer...

Wat is de basis voor sociaal ondernemen in de klas?

Het model voor onderwijs in sociaal ondernemerschap doet dienst als kapstok om je houvast te geven bij het uitvoeren van activiteiten. Het is dan ook belangrijk dat je dit model  goed begrijpt.  Bekijk hier het model

Hoe maak ik van sociaal ondernemen een succes in mijn klas?

  • Door zelf met een onderzoekende houding het sociaal ondernemen in de klas aan te pakken.
  • Door activiteiten met een open einde die gestuurd worden vanuit de leerlingen uit te voeren.
  • Door mogelijke angst voor verlies aan controle over het leerproces los te laten. 

Dit kan door te proberen en bij te sturen. Doe je dit als team, dan leren jullie ook nog van elkaar! 

  • Door vooraf succescriteria te bepalen voor zowel het eindresultaat, als het proces (zie FAQ - Hoe bepaal je succescriteria voor sociaal ondernemen in de klas?)
  • Door kleine successen expliciet te benoemen tijdens het proces.
  • Door successen te delen met derden (bv. met de betrokken partners, ouders, op de schoolsite, andere scholen, sociale media, lokale media, ...)

Kom je met je klas toch niet (helemaal) tot het beoogde eindresultaat, maak dan zichtbaar wat er wel geleerd werd. De waarde van het sociaal ondernemen zit ook in het proces.

Bovendien kan je zo een mogelijk gevoel van teleurstelling herkaderen naar een kans. Misschien kunnen de kinderen een manier bedenken om hun initiatief nog bij te sturen, een tweede leven in de blazen, een andere draai te geven. Sowieso kunnen ze uit de reflectie bepalen wat ze een volgende keer anders kunnen aanpakken.

Zoek je nog wat meer houvast? Gebruik de WEGWIJZER onder Werkvormen. Deze flowchart helpt je als je vastloopt op een stap binnen het sociaal ondernemen in de klas.
Je kan de WEGWIJZER ook inzetten bij de eerste keren dat je sociaal ondernemen inzet of bij de voorbereiding van een activiteit als foutenanalyse (als X niet loopt zoals verwacht, kan ik Y doen als oplossing).

Hoe kan je stapsgewijs vertrouwd raken met sociaal ondernemen in de klas?

  1. Begin bij jezelf: kies één concrete uitdaging die jij relevant vindt om met de klas te behandelen, bijvoorbeeld armoede of inspraak. Een enthousiaste leraar heeft een grote impact op de klas. 

  1. Blijf dicht bij de leefwereld van je leerlingen: gebruik thema’s die herkenbaar zijn voor leerlingen, zoals iets veranderen op de school of in de buurt. Kijk naar de ‘good life goals’ voor inspiratie.  

  1. Begin klein door één werkvormkaart in te zetten, bijvoorbeeld voor ideeën genereren. Dat hoeft nog niet perfect: het doel is oefenen en verkennen, zowel voor de leerlingen, als voor jou. Neem bij een volgende uitdaging er een tweede werkvormkaart bij rond het ontplooien van initiatieven. Werk zo verder.

  1. Oefen bewust, herhaal en observeer: laat leerlingen meerdere keren met dezelfde werkvormkaart werken, maar dan met verschillende uitdagingen. 

  1. Benoem wat werkt, ook al is het klein: geef positieve feedback op wat wel lukt: "Jullie hebben al drie concrete ideeën bedacht" of "Jullie stemprocedure werkte goed”. Bedenk wat een volgende keer beter kan en probeer dat uit.

  1. Bouw geleidelijk op naar eigenaarschap van de kinderen: bepaalde je eerst zelf het thema en (een stuk van) de aanpak? Laat kinderen dan op termijn meebeslissen over het thema en de aanpak (gedeeld eigenaarschap). Verschuif stap per stap de regie verder naar de kinderen. Dit wordt makkelijker naar mate je meer ervaring hebt met sociaal ondernemen in de klas.

  1. Laat je eigen ideeën los: luister naar leerlingen, stel je op als kritische vriend en stel alleen maar vragen. Focus op het proces en niet op een (vooraf door de leraar bepaald) eindproduct.

Hoe kan je sociaal ondernemen met kleuters?

Sociaal ondernemen met kleuters volgt hetzelfde proces als met oudere kinderen. Uiteraard zal je bij kleuters wel zelf wat meer de regie in handen nemen waarbij je rekening houdt met volgende aspecten:

  • Pik zelf op wat er leeft bij de kinderen vanuit bijvoorbeeld observatie van spel, een praatronde, ochtendkring of wat ouders vertellen of bied een actueel thema dat dicht bij kinderen staat aan in een passende context.
  • Hou het onderwerp klein en dicht bij de belevingswereld van de leerlingen. Wat zien zij om zich heen, op school en thuis?
  • Sta langer stil bij een bepaalde component van het model voor sociaal ondernemen in de klas zodat dit goed inzinkt bij de kinderen. Een uitdaging of situatie zal misschien meerdere keren moeten herhaald worden voor de kinderen ‘m goed in de vingers hebben. Werk je in een project? Herhaal dan de uitdaging ook tussendoor nog regelmatig zodat dit goed blijft leven in de klas.
  • Pas de invulling van bepaalde componenten aan op basis van het ontwikkelingsniveau van de kinderen, hou b.v. rekening met het nog sterke egocentrische perspectief van kleuters. Daarom is het voor kleuters moeilijker om in verbinding te komen met de situatie van een ander, maar ook bv. bij het meegaan met een idee van iemand anders.
  • Voor niet zo mondige of taalarmere kleuters is het nuttig om een opbouw te voorzien van 1-op-1 werken naar in kleine groepen en dan pas klassikaal. Zo kan je iedereen begeleiden om antwoorden te vinden.

Hoe maak je een uitdaging binnen sociaal ondernemen behapbaar voor jonge kinderen?

Een grote duurzaamheidsuitdaging (sociaal, economisch en/of ecologisch) kan je aan de hand van stellingen hanteerbaar en toegankelijk maken voor jonge kinderen. Door een complexe uitdaging, die kinderen de klas inbrengen, beetje bij beetje ‘uit te houwen’ (methode van ‘didactical carving’) kom je tot het punt waarop het geheel nog uitdagend genoeg is, maar toch overzichtelijk blijft voor kinderen.

Toets de uitdaging aan onderstaande stellingen en geef een score. Werk dan zoveel mogelijk naar het op maat maken van de uitdaging toe (score 4 of 5).
Let wel op dat je door vereenvoudiging van de uitdaging niet vervalt in foute informatie. 


Hoe kan je zichtbaar maken wat de kinderen leren tijdens het sociaal ondernemen in de klas?

Start vanuit leerdoelen die je door de leerlingen laat benoemen: ‘Na dit project kan ik ...’ .

Gebruik een visuele doelen- of competentiemuur om leerdoelen helder te maken en visuele ontwikkelingslijnen waarop de kinderen kunnen aangeven waar ze staan en wat hun volgende stap is.

OF

Laat de kinderen een portfolio bijhouden met bewijsmateriaal (foto’s, verslagen, tekeningen, ...) van hun ontwikkeling en gebruik een tijdbalk om reflectie te stimuleren.

OF

Werk met een gezamenlijke leermuur waarop de voortgang van de hele groep zichtbaar is. Zo krijgen de kinderen inzicht in hun leerproces en voelen ze eigenaarschap over hun groei.

Hoe vang je uitdagingen waar kinderen door geboeid zijn?

Luister goed naar spontane inbreng van kinderen, ook tijdens niet-formele lesmomenten. Zij verwoorden vaak concrete zorgen, wensen en uitdagingen waar je mee aan de slag kan. 

Richt de kinderen op de good life goals als eenvoudige kapstok waar zij uitdagingen rond kunnen formuleren die hen bezighouden. Zo maak je ook makkelijker de link naar het eigen leven of omgeving van de kinderen. 

Gebruik actualiteit als aanknopingspunt om een uitdaging te bepalen. Op basis van hun reacties, interesse en vragen kan je bepalen of ze meer of minder geboeide zijn. Zorg wel dat je de uitdaging behapbaar houdt voor de kinderen (zie FAQ - hoe maak je een uitdaging binnen sociaal ondernemen behapbaar voor jonge kinderen?) en maak de vertaalslag naar de eigen omgeving. 

Hou een klasgesprek over wat kinderen graag anders willen zien op school of in de buurt  

Doe met de klas een buurtonderzoek om noden vast te stellen in de directe leefwereld van de kinderen. Nodig eventueel een expert uit die wat verdieping kan brengen rond een aspect uit het buurtonderzoek.  

Je kan gebruik maken van volgende werkvormen (voor de component 'in verbinding staan'):

  • Echt beleven
  • Eind is zoek
  • Ervaringen vangen
  • Ik-gedicht

Hoe ga je om met gevoelige thema's binnen sociaal ondernemen in de klas?

Uitdagingen die tijdens sociaal ondernemen door kinderen worden aangehaald kunnen soms gevoelige thema’s omvatten zoals armoede, gender, racisme, … Wees je ervan bewust dat voor sommige kinderen deze thema’s een directe link hebben naar hun dagelijks leven.

Maak daarom vooraf afspraken met de kinderen over hoe we met de uitdaging omgaan en daarbij pas het PRILS-principe toe

  • P staat voor ‘Privacy’ 

De persoonlijke verhalen die we hier delen, vertellen we niet door op de speelplaats of online. We beschermen ook onze eigen privacy, we kiezen zelf wat we zeggen en delen. Dat geldt voor iedereen, ook voor de leraar.   

  • R staat voor ‘Respect’ 

We tonen respect voor elkaar en voor onze verschillen. Dat doen we door naar elkaar te luisteren, elkaar te laten uitspreken en elkaar te proberen begrijpen.

We respecteren onze eigen grenzen én die van de anderen.    

  • I staat voor ‘Iedereen is anders’ 

Iedereen van ons is anders, we hebben elk een andere achtergrond. Hoe het bij jouw gezin, familie, omgeving verloopt, is niet bij iedereen zo. Dat is oké. We blijven hieraan denken en we respecteren elkaars verschillen. We luisteren graag naar nieuwe ideeën en durven twijfelen over wat we al weten.    

  • L staat voor ‘Lachen mag’ 

Soms vinden we iets grappig, of misschien lach je uit ongemak. Dat is heel normaal. Het kan zelfs helpen om spanning los te laten. Wel is het belangrijk dat je met je lachen anderen niet stoort of ongemakkelijk maakt. We hebben begrip voor het lachen, maar uitlachen is niet oké. Iedereen moet zich veilig voelen om zichzelf te zijn.  

  • S staat voor ‘Schaamte mag’ 

Het is oké als je je schaamt of ongemakkelijk voelt. Het is misschien geen leuk gevoel, maar het mag er zijn.

Merk je bij sommige kinderen dat ze ergens mee zitten of weet je vanuit de beginsituatie van een kind dat het thema in de persoonlijke sfeer zit, neem dit kind dan even apart om het gerust te stellen en bevraag zijn bezorgdheden bij het thema. Maak specifieke afspraken rond het aangeven van ervaren ongemak zodat je hier direct kan op inspelen.

 

Bron: 5 afspraken voor een veilige klassfeer, sensoa.be.

Hoe kan je sociaal ondernemen in de klas evalueren?

Om de resultaten te meten van sociaal ondernemen in de klas is het belangrijk dat de leraar vooraf goed weet waarop te focussen binnen zowel het proces, als het product. Voor de kinderen moet duidelijk zijn wat zij leren en hoe ze dat kunnen bereiken. Het is daarom nodig om vooraf na te denken over succescriteria en deze - samen met de kinderen - af te bakenen. Zo is er een houvast om naar een doel toe te werken.

Voor sociaal ondernemen kan je terugvallen op de competenties die centraal staan (zie Aanpak). Het is verstandig om een aantal dingen uit te kiezen en die concreet te formuleren (samen met de kinderen) (zie FAQ - Hoe bepaal je (met kinderen) succescriteria voor sociaal ondernemen in de klas?).

Hoe je het ontwikkelen van competenties zichtbaar maakt, is afhankelijk van de aanpak van de school (aanpak voor elke vorm van competentieontwikkeling) en kan hierbij aansluiten.

Hoe vaker je met sociaal ondernemen in de klas aan de slag gaat, hoe vlotter de kinderen de componenten zullen doorlopen en de daarmee samenhangende competenties ontwikkelen. Hier kan dus zeker een groeilijn aan gekoppeld worden.

Hoe bepaal je (met kinderen) succescriteria voor sociaal ondernemen in de klas?

Succescriteria afbakenen voor sociaal ondernemen in de klas doe je voor de start van de activiteit of het project en samen met de kinderen. Let er dan op dat de kinderen niet te sterk focussen op het product alleen. Kinderen kunnen de neiging hebben om hier spontaan de nadruk op te leggen. Het moet voor hen duidelijk zijn dat zij er zelf ook van leren.

Hou in het achterhoofd dat je via het sociaal ondernemen ook werkt aan een grondhouding bij de kinderen, zoals het standpunt van een ander in rekening brengen.

Bovendien kan je in het geval van een beperkte opbrengst van een project met de kinderen terugblikken op de niet-productgebonden criteria om vast te stellen dat er toch heel wat succescriteria wél werden behaald. Stel bijvoorbeeld de vraag: ‘Wanneer zouden we tevreden zijn?’ en concretiseer de antwoorden van kinderen indien nodig.

 

Voorbeeld keuze competenties en vertaalslag naar concreet succescriterium

competentie

mogelijke vertaalslag

concreet succescriterium

compassie, empathie en zorgzaamheid

het perspectief van de ander werd meegenomen

we keken tijdens het project naar wie betrokken is bij de situatie en wat die personen van onze ideeën en initiatieven vinden zodat ze goed passen bij onze oplossing

duurzaam denken

een oplossing die goed is voor de omgeving en mensen, nu en in de toekomst

we bedachten ideeën die

  • geen schade veroorzaken aan de natuur, ook niet in de toekomst

samenwerken en communiceren

deep democracy

we werken aan ideeën tot de hele klas zich erin kan vinden

Ook op basis van de inhoud kan je succescriteria bepalen. Dit kan je open formuleren en tijdens de activiteiten aanvullen op basis van de keuzes die kinderen maken.

 

Voorbeeld inhoudelijk succescriterium

open formulering bij start sociaal ondernemen

concrete formulering aangevuld tijdens 
het project rond fast fashion

we kunnen vertellen over … :

  • wat het is
  • wat oorzaken zjjn 
  • wat gevolgen zijn
  • hoe het werkt

we kunnen vertellen:

  • wat fast fashion is
  • wat oorzaken van fast fashion zijn
  • wat gevolgen van fast fashion voor mensen en natuur zijn
  • waar fast fashion gemaakt wordt

Start vanuit kleine, haalbare criteria en breid uit of verdiep als kinderen meer ervaring hebben opgebouwd met sociaal ondernemen in de klas.

Hoe kan je kinderen gemotiveerd houden tijdens sociaal ondernemen in de klas?

Je houdt kinderen gemotiveerd tijdens sociaal ondernemen:

  • door hen in de lead te houden: inspraak is een vorm van autonomie
  • door iedereen aan boord te houden bv. door deep democracy toe te passen bij het kiezen van ideeën om verder te ontplooien (zie werkvorm All-in)
  • door een hoopvol perspectief te behouden (zie FAQ - Hoe een hoopvol perspectief behouden bij frustratie of een overweldigend gevoel bij de kinderen tijdens sociaal ondernemen?)
  • door regelmatig stil te staan bij de (kleine) successen die al gerealiseerd zijn.

Met sociaal ondernemen werk je ook aan zelfregulerende vaardigheden gericht op competentiegevoelens, resultaatverwachtingen, taakwaarde, taakinteress en doeloriëntatie. Die zijn essentieel om als kind zelfstandig te kunnen leren en zelfstandig te kunnen samenwerken. Bijvangst van het oefenen met zelfregulerend vaardigheden is ook dat je je motivatie hoog leert houden.

Hoe betrek je kinderen actief bij het centraal stellen van competenties bij sociaal ondernemen in de klas?

Sociaal ondernemen in de klas stelt de kinderen centraal in het proces. Hierdoor nemen zij ook de lead bij het oefenen van de competenties verbonden aan sociaal ondernemen. Belangrijk is dus dat je hen ook in de lead laat. Zo kunnen ze ook meebepalen wat zij willen leren of inoefenen.

Een mooi aanknopingspunt is om zelfregulerend leren mee te nemen in je aanpak. Hier streef je vermoedelijk sowieso naar en ook daar is het de bedoeling om kinderen stap voor stap zelfstandiger te maken. Bepaal samen met de kinderen per fase van het project, waar ze aan willen werken m.b.t. zelfregulerend leren. In de voorbereidingsfase kan dat bijvoorbeeld ‘plannen’ zijn, in de uitvoeringsfase ‘gepaste hulp zoeken’ en in de afrondingsfase ‘zelftevredenheid’.

Kinderen een pertinente (maar voor de leeftijd gepaste) rol geven bij het sociaal ondernemen gaat voor een groot stuk over loslaten en springen. Uiteraard blijft je als leraar in je begeleidende rol, maar moet je mogelijk leren uit de lead te stappen.

Hoe maak je de voortgang van het proces van sociaal ondernemen zichtbaar voor de kinderen?

Werk met een visueel stappenplan (bv. op een poster of wand) waarop de stappen van sociaal ondernemen zichtbaar zijn, inclusief pictogrammen en ruimte voor opbrengsten per stap.

OF

Laat kinderen hun ervaringen bijhouden in een (klassikaal) ondernemersdagboek met tekst, tekeningen en foto’s.

OF

Zet een stappenmuur in waarop leerlingen hun voortgang delen met notities, beelden en resultaten per fase binnen het sociaal ondernemen, zoals "Uitdaging", "Ideeën", "Uitvoering" en "Resultaat". Zo zien kinderen waar ze staan in het proces en kunnen ze beter reflecteren op hun leerweg en de opbrengst.  

Je kan gebruik maken van volgende werkvorm: 

  • Leerlingenkrant: kinderen krijgen tijd doorheen het proces om hun vorderingen bij te houden en te documenteren.

Hoe maak ik tijd voor sociaal ondernemen in de klas in mijn weekplanning?

Sociaal ondernemen is een geïntegreerde aanpak waardoor er tijd en ruimte in het lessenrooster ontstaat om ermee aan de slag te gaan.  

Dit wordt nog makkelijker als je keuzes maakt in je methode of handleiding (zoals dat altijd al bedoeld was). 

Hoe een hoopvol perspectief behouden bij frustratie of een overweldigend gevoel bij de kinderen tijdens sociaal ondernemen?

Om remmende overtuigingen (‘dingen gaan nu eenmaal hoe ze gaan’, ‘wat ik doe, maakt geen verschil’, ‘de wereld is om zeep’, …) te doorbreken zodat kinderen niet verlamd raken maar net tot actie willen overgaan, is het belangrijk een hoopvol perspectief te behouden. 

Kinderen leren erop vertrouwen dat een betekenisvolle verandering mogelijk is en leren de omgeving en rolmodellen waarderen. Het verbeelden van gewenste toekomstbeelden die positieve gevoelens oproepen kan hierbij helpen.  

Wees je bewust van je voorbeeldrol (modelleer positief herkaderen), maak de uitdaging op maat (via didactical carving) en maak het einddoel visueel zichtbaar in de klas om focus op de verandering voor het positieve te behouden.  

Je kan gebruik maken van volgende werkvormen: 

  • Doorzetter: geef vooraf een trigger warning, maak duidelijk dat mogelijk niet alles direct van een leien dakje zal lopen, er misschien obstakels zijn onderweg. 
  • Hoopvol kijken: via positief herkaderen van een situatie met veel dompers naar een situatie met kansen. 
  • Strip: het einddoel visueel zichtbaar maken in de klas.

Hoe maak ik van sociaal ondernemen een succes op mijn school?

Wanneer sociaal ondernemen in de klas al start met de jongste leerlingen en door alle collega's wordt gedragen, raken leerlingen er snel aan gewend en zal het proces van sociaal ondernemen soepel verlopen. 

Wat kan ik als directie/schoolleider betekenen voor sociaal ondernemen op mijn school?

Een directie/schoolleider kan de aanpak van sociaal ondernemen in de klas faciliteren en actief ondersteunen door bijvoorbeeld mee na te denken, (overleg)tijd te voorzien, de aanpak voor het hele team op te volgen, ruimte te laten voor groei bv. een weinig succesvolle actie zien als een leermoment waar samen op teruggekeken of van geleerd kan worden  

Een directie/schoolleider die leraren stimuleert om keuzes te maken in de methode of handleiding, zorgt zo ook voor ruimte en tijd in de weekplanning.

Is ouderparticipatie / hulp in de klas nodig om sociaal ondernemen te realiseren?

Hulp via ouderparticipatie kan steun bieden, hoewel dit niet noodzakelijk is.  
Denk bijvoorbeeld aan een ouder als expert in de klas, om mee de uitkomst van een activiteit te vieren, als netwerk, als begeleiding wanneer de klas buiten de schoolmuren op stap gaat, ... 

Wat met AI bij sociaal ondernemen in de klas?

AI kan gebruikt worden om sociaal ondernemen in de klas te ondersteunen, maar neem wel volgende aandachtspunten in acht: 

  • Met sociaal ondernemen in de klas werken kinderen aan een positieve verandering om zo bij te dragen aan een meer duurzame wereld. AI-gebruik kost gigantisch veel energie en staat daardoor in groot contrast met het duurzaamheidsprincipe. Spaarzaam en zeer bewust omgaan met AI is dan ook de boodschap. 
  • Door AI in te zetten tijdens het proces van sociaal ondernemen ontneem je kinderen de kans om de vaardigheden gekoppeld aan sociaal ondernemen (zoals ideeën genereren) zelf te oefenen. Het is daarom belangrijk dat het eigenaarschap bij de kinderen blijft liggen en dat ze niet ‘zomaar’ ideeën van een chatbot volgen. Jonge kinderen kunnen pas tot diepgaand leren komen als ze een vaardigheid onder de knie hebben. Sociaal ondernemen in de klas zonder AI draagt hiertoe bij. AI gebruiken bij het sociaal ondernemen heeft als grootste valkuil dat de kinderen nog niet in staat zijn om de gegenereerde antwoorden van een chatbot kritisch te evalueren en aan te passen. Hiervoor moeten ze zelf eerst in staat zijn om het sociaal ondernemen invulling te geven om dan vanuit die ervaringen een kritische bril op te zetten bij door AI-genereerde antwoorden.